foto8Sluitsteen met de begindatum van de herbouw: 22 september 1842.

Beide molens werden in steen opgetrokken en de korenmolen werd uitgevoerd als een watervluchtmolen en de oliemolen als watermolen. Door hun constructie en omvang voldeden de molens in die tijd aan een hoge technische en typologische uitvoering.

In die vorm werkten de molens tot 1880. Toen werden ze gekocht door de gemeente Veghel. Die koop had slechts als doel de doorstroming van de rivier te verbeteren door de raderen en de stuw van de molen te verwijderen. Twee jaar later werd ook het gaande werk van de oliemolen verwijderd en verkocht. Alleen de korenmolen bleef in werking op windkracht.

In 1890 betrok het molenaarsgezin Spierings een in de leegstaande oliemolen gebouwde woning. In hetzelfde gebouw werd rond 1900 een petroleummotor geplaatst om ook bij windstilte te kunnen malen. Deze werd in 1927 vervangen door een krachtiger motor. In 1928 kocht Jan Potters, de grootvader van Paul Potters (één van de laatste eigenaren), de molen. Hij woonde tot zijn overlijden in 1937, samen met zijn gezin, in de oliemolen.

Na 1939 raakte de windaandrijving in onbruik. Er werd toen alleen nog maar met een petroleummotor gedraaid.

In 1948 werd zoon Co de molenaar. In 1951 verving hij de petroleummotor door een diesel. De bouwkundige toestand van de molen ging hard achteruit. De vervallen kap en stelling van de windmolen werden in 1954 verwijderd, waarna nog een deel van het metselwerk werd gesloopt. Aan bewoning van de oliemolen kwam een eind en deze werd geheel ingericht als maalderij voor het vervaardigen van meel en veevoeders. Deze wijzigingen resulteerden ook in verschillende uiterlijke verbouwingen.

Een andere zoon, Ad Potters, begon in 1957 een kolen- en graanhandel bij de molen. De kolenhandel stokte en het graan werd mengvoer, maar ook dit bleek eindig. In 1985 stopte de kolenhandel en in 2000 werd ook het mengvoederbedrijf definitief beëindigd.

In 1998 namen de kinderen van Ad de molenrestanten over en uiteindelijk bleven zoon Paul en zijn partner Lisette als laatste eigenaren over. In 1998 hadden zij contact met de Vereniging De Hollandsche Molen met de wens de molen in oude luister te herstellen.

Bovendien brachten andere gunstige ontwikkelingen het plan dichter bij realisatie. Door verschillende cultuurtechnische ingrepen waren nieuwe problemen ontstaan met de waterafvoer van de Aa. Om deze problemen op te lossen werd besloten voorzieningen te treffen om een deel van het water langer vast te houden. Hiertoe zijn en zullen ondermeer weer meanders aangelegd worden naast de huidige bedding van de rivier. In deze plannen wordt ook ruimte gecreëerd voor natuurontwikkeling. Hierdoor is het mogelijk geworden om ook de wateraanvoer naar de molen te herstellen. Ook een vistrap kon worden aangebracht. De kosten daarvan werden ondermeer gedekt uit gelden voor werken ter compensatie van de ingrepen voor het doortrekken van de A50. De uitvoering hiervan was in handen van het Waterschap Aa en Maas.

foto9Vereniging De Hollandsche Molen liet een historisch en een bouwhistorisch onderzoek verrichten om de geschiedenis van de molens te achterhalen. Daaruit bleek dat de molens een zeer grote cultuurhistorische waarde hebben en dat er voldoende historische gegevens en bouwsporen in het metselwerk en in de houten draagbalken aanwezig waren om een verantwoorde restauratie en reconstructie mogelijk te maken.

De Vereniging adviseerde Paul Potters om een stichting op te richten die zich het herstel van de molens ten doel stelde. Een stichting zou namelijk eerder in aanmerking komen voor bijdragen van de overheid en andere fondsen dan een particulier. Om die nieuwe stichting een hart onder de riem te steken, stelde de Vereniging De Hollandsche Molen een startbedrag beschikbaar uit de gelden van de SponsorBingoLoterij.